^Back To Top

foto1 foto2 foto3 foto4 foto5


More than 10,000 sightings have been reported

flying saucer situation is not at all imaginary

And we know the government is sitting on hard evidence of UFOs.-

We all know UFOs are real.

All we need to ask is where are they from.

Get Adobe Flash player

Since 1996 more than 7.572 Belgian UFO-Sigthings , 72,1% sightings each month

.:. Belgische UFO-Meldlijn .:.

Ufo-Meldlijn

.:. Belgian UFO-Space Academy (BUSA) .:.

.:. Ufo.be Agenda 2016 .:.

Michio Kaku & Ufo's

Ufo.be support by ....

Partners & Weblinks







 

Het boek Genesis beschrijft hoe Jacob, stamvader van de twaalf stammen van Israel, zijn kamp opgeslagen had op een reis van Bersheba naar Haran. Nadat hij was gaan slapen, zag Jacob in zijn droom 'een ladder die op de aarde was opgezet, en de top ervan reikte naar de hemel' en hij zag 'de engelen van God erop klimmen en dalen'. Boven aan de lad-der stond een wezen dat verkondigde dat het 'Jehova, de God van Abraham' was en het verteldeJacob dat zijn nakomelingen zich zouden vermenigvuldigen en verspreiden tot aan de vier hoeken van de aarde als 'stof. Hoewel de meeste bijbelgeleerden dit verhaal zien als een allegorische droom, geloven sommigen datJacob oude astronauten kan heb-ben gezien die uit een UFO kwamen.


Het begin van Psalm 104lijkt een verslag van een vliegtocht: '0 Here mijn God ... Hij be-dekt Zich met het licht als met een kleed, Hij rekt de hemel uit als een gordijn. Die zijne opperzalen zoldert in de wateren; die van de wolken zijn wagen maakt, die op de vleu-gelen des winds wandelt ...'
Zacharia 6:1-7 kan ook worden uitgelegd als een waarneming van vliegende toestellen op een bergingsmissie: 'Toen keek ik weer omhoog en zag vier strijdwagens die aan kwa-men vliegen van tussen twee dingen die eruitzagen als bergen van koper. De eerste strijdwagen werd getrokken door rode paarden, de tweede door zwarte, de derde door witte paarden en de vierde door appelschimmels. "En wat zijn dit?" vroeg ik de engel. Hij antwoordde: "Dit zijn de vier hemelse geesten die staan voor de Heer van de gehele aar-de; zij gaan uit om dit werk te doen: de strijdwagen getrokken door de zwarte paarden zal naar het no orden gaan, en die welke getrokken wordt door witte paarden zal hem daarheen volgen, terwijl de appelschimmels naar het zuiden zullen gaan." De rode paar-den wachtten ongeduldig op hun vertrek om het land te doorwandelen, dus de Here zei: "Ga. Begin uw ronde." Dus vertrokken ze meteen.'
Een ander vertrouwd bijbelverhaal met de bijklank van UFo-bezoekers heeft betrekking op de verwoesting van de steden Sodom en Gomorra in het jaar 2024 v.Chr. Sommige progressieve bijbelgeleerden neigen ertoe de verwoesting met vuur en zwavel van de tweelingsteden uit te leggen als het gevolg van de een of andere natuurramp, zoals een vulkaanuitbarsting of een aardbeving die werd uitgelegd als goddelijk ingrijpen. Het be-wijsmateriaal pleit echter tegen dit standpunt.
Het bijbelverhaal is er zeer duidelijk over dat de verwoesting van te voren bekend was aangezien Abraham, een rechtstreekse afstammeling van Noach en de eerste aartsvader, werd gewaarschuwd; hij speelde het zelfs klaar door te onderhandelen met zijn God het aantal rechtvaardigen waarvoor de steden mogelijk gespaard zou worden, omlaag te brengen van vijftig naar tien.
Volgens het verhaal ontmoette Lot, de neef van Abraham, twee mannen bij de poort van Sodom, in wie hij op de een of andere manier iets heel speciaals herkende, want hij boog voor hen. De bijbel noemt hen 'engelen', hoewel het oorspronkelijke Hebreeuwse woord Mal'akhim eigenlijk 'gezanten' betekent. Dit koppel leek klaarblijkelijk heel menselijk te zijn, aangezien Lot ze naar zijn huis bracht en ze vers brood te eten gaf. Later in die nacht, toen een menigte Sodomieten het paar opeiste voor hun seksuele genoegens, be-schermde Lot hen; hij bood zelfs in ruil zijn eigen maagdelijke dochters aan. Hierdoor niet ontmoedigd probeerden de mannen zich met geweld toegang te verschaffen tot het huis, maar werden door de twee vreemdelingen tijdelijk met blindheid geslagen.
Na dit voorval openbaarden de vreemdelingen aan Abraham dat de steden spoedig ver-nietigd zouden worden. Lot probeerde zijn buren te waarschuwen, maar niemand wilde luisteren. De volgende dagvertelden de vreemdelingen aan Lot dat hij en zijn familie on-middeIlijk moesten vertrekken, en gaven daarmee aan dat het aftellen tot de vernieti-ging als het ware was begonnen.'Vlucht voor je leven,' kreeg Lot te horen. 'Kijk niet ach-ter je, en blijf ook niet ergens in de vlakte; vlucht naar de berg of je zult worden verteerd.'
De twee vreemdelingen aanvaardden toen Lots voorstel dat hij slechts naar de nabije stad Zoar zou vluchten in plaats van naar de bergen. Zodra Lot in Zoar was: 'Toen liet de Heer zwavel en vuur regenen op Sodom en op Gomorra, bij de Heer vandaan uit de he-melen. En Hij bracht deze steden ten val, en de hele vlakte, en aIle inwoners van de ste-den, en dat wat er op de grond groeide. Maar de vrouw van Lot keek om, van achter zijn rug, en ze werd een zoutpilaar.' Zecharia Sitchen, een geleerde op het gebied van oude documenten, brengt naar voren dat de letterlijke betekenis van de uitdrukking Netsiv me-lah (zoutpilaar) 'pilaar van damp' moet zijn. Dus de vrouw van Lot werd verdampt door de explosieve vernietiging van de steden, die Abraham van kilometers afstand zag als 'kolommen van r<?ok en nevel, zoals van een oven, die opstegen vanuit de steden daar'.
Zoals sommige schrijvers hebben benadrukt lijkt dit verslag griezelig veel op die over het werpen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Maar is er iets dat dit idee kan ondersteunen? Volgens Sitchen hebben archeologen bewijzen gevonden dat woon-gebieden bij het zuidelijke uiteinde van de Dode Zee - waar, naar men denkt, Sodom en Gomorra gelegen hebben - plotseling werden verlaten in de 21ste eeuw v.Chr. en eeu-wenlang onbewoond bleven. Bovendien beweert een verslag dat men ontdekte dat water in het gebied verontreinigd was door schadelijke doses radioactiviteit. Dit, plus de be-wering van een Sovjetgeleerde dat er silicone, of verglaasd zand, in het gebied werd ge-vonden, geeft aan dat Sodom en Gomorra heel goed door een atoomexplosie met de grond gelijk kunnen zijn gemaakt.
Is dit verhaal van grootscheepse vernietiging alleen maar een willekeurig verhaal over
de gevolgen van immoreel gedrag, of werden de steden vernietigd door atoomvuur?Was het een opzettelijke daad ofhet gevolgvan oorlogvoering tussen astronauten uit de oud-heid? Ofkan het een defecte UFO geweest zijn, waarvan de kernkracht kritiekwerd en ex-plodeerde?
Een ander bijbelverhaal dat vaak in verband wordt gebracht met UFO'S is het verslag van Ezechiel en het vurige wiel. Nogmaals, de meeste bijbelgeleerden geloven dat Ezechiel, een profeet uit de zesde eeuw v.Chr. in de tijd van de Babylonische ballingschap van de joden, zijn boodschappen doorgaf in de vorm van allegorieen die ontleend waren aan vi-sioenen. Een nauwkeurige bestudering van het Oude Testament laat echter zien dat Ezechiel eerder een nauwkeurig journalist was dan een zweverige visionair.
In het begin van zijn boek zegt Ezechiel niet alleen dat hij op een dag een visioen had. Hij is erg precies wanneer hij de tijdsduur van zijn ervaring aangeeft. 'Het kwam nu te gebeuren in het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde dag van de maand, toen ik onder de gevangenen aan de rivier de Chebar was, dat de hemelen opengingen en ik visioenen zag van God,' schreefhij. Als hij zo precies was met zijn datering, zou de rest van zijn boek moeten worden beschouwd als een letterlijk verslag van zijn ervaringen.
Veel verwarring is voortgekomen uit de betekenisuitleg van de verschillende bijbelver-talingen. In de King James-vertaling spreekt Ezechiel bijvoorbeeld van 'visioenen van God'. Hij geeft daarmee aan dat hij iets zag dat hij slechts kon beschrijven als een visioen van iets goddelijks, buiten zijn ervaring. Dit idee wordt versterkt in de volgende verzen. Daarin verklaart Ezechiel dat de 'visioenen van God' hem naar een stad op een erg hoge berg brachten (Ezechiel 40:2); dat de 'geest van God' hem opnam, vergezeld van een 'ge-weidig ruisend' geluid (Ezechiel 3:12); en dat de 'Glorie van God' verscheen vanuit het oosten met een geluid 'zoals het bulderen van snelstromend water en het hele land-schap lichtte op' (Ezechiel 43:1-2). Het lijkt heel duidelijk dat Ezechiel probeerde een ma-terieel object te beschrijven dat hij zowel zag als hoorde en dat hem later meenam de lucht in.
Toch schrijven recente vertalingen, zoals de Living Bible, in Ezechiel 1 :1: 'Op een dag laat injuni, toen ik dertigjaar oud was, werden de hemelen plotselingvoor mij geopend en zag ik visioenen afkomstig van God.' 'Visioenen aflmmstig van God' impliceert een reli-gieuze hallucinatie, een kleine maar kritieke afWijking van 'visioenen van God' die een tastbaar object impliceert waar Ezechiel geen woord of omschrijvingvoor heeft. Waar de King James-vertaling zegt: 'In de visioenen van God bracht hij me naar het land van Is-rael' (Ezechiel 40:2), verklaart de Living Bible: 'en in een visioen nam hij me mee naar het land van Israel'. Zulke kleine maar betekenisvolle verschillen in vertaling - door eeuwen heen ontstaan door veranderingen ten gevolge van bewerking, vertaling en interpreta-tie - maken het begrijpelijk dat er zo'n verwarring bestaat over de betekenis van bijbel-verzen.
Het is duidelijk dat Ezechiel zijn best lijkt te do en het 'visioen van God' te beschrijven. 'Ik keek, en ik zag een storm uit het noorden komen - een geweldige wolk met flitsende bliksem en omgeven door schitterend licht. Het midden van het vuur zag eruit als gloei-end metaal en in het vuur waren schijnbaar vier wezens. Wat uiterlijk aangaat was hun gedaante gelijk aan die van een man, maar ieder van hen had vier gezichten en vier vleu-gels... Terwijl ik keek naar de levende wezens, zag ik een wiel op de grond naast ieder we-zen met zijn vier gezichten. Dit was de aanblik en de structuur van de wielen: ze vonk-ten als chrysoliet [een gele of groene edelsteen] en aIle vier zagen ze er hetzelfde uit. Elk leek te zijn gemaakt als een wiel dat een wiel doorsnijdt. Wanneer ze bewogen, gingen ze in een van de vier richtingen waarheen de wezens keken; de wielen draaiden niet rond wanneer de wezens zich verplaatsten. Hun velgen waren hoog en ontzagwekkend, en aIle vier de velgen waren rondom vol met ogen. Als de levende wezens bewogen, be-wogen de wielen aan hun zijde, en als de levende wezens oprezen van de grond, stegen de wielen ook op... Hoger dan het uitspansel boven hun hoofden was iets wat eruitzag als een troon van saffier, en in de hoogte op de troon was een gedaante zoals die van een man.' Later in het boek he eft Ezechielnog twee ontmoetingen met hetzelfde 'visioen van God', zoals staat in Ezechiel 43:3: '... en de visioenen waren zoals het visioen dat ik zag bij de rivier de Chebar; en ik viel neer met mijn gezicht op de grond.'
Von Daniken en anderen zagen in deze verhalen een plausibele beschrijving van UFO-ontmoetingen, terwijl Ezechiel zijn best deed iets te beschrijven dat volstrekt ongekend voor hem was. Een van Von Danikens lezers was de NAsA-functionaris JosefF. Blumrich. Hij zei: 'Ik begon Von Daniken te lezen met de neerbuigende houding van iemand die van tevoren al weet dat de gepresenteerde conclusies in geen geval kunnen kloppen. Von Daniken citeert echter onder meer passages uit het boek Ezechiel. Hij denkt dat de vage technische informatie daarin de beschrijving is van een ruimteschip. Daarmee kwam hij op een terrein dat me zeer vertrouwd is, aangezien ik het grootste gedeelte van mijn werkende leven heb doorgebracht met het ontwerpen en analyseren van vliegtuigen en raketten. Dus besloot ik de uitspraken van de profeet te gebruiken om Von Daniken te weerleggen en de dwalingen van zijn uitspraken aan te tonen. Zelden is een totale ne-derlaag zo vruchtbaar, zo fascinerend en zo prettig geweest!'
Blumrich bouwde na een uitputtende studie het voorbehoud in dat het boek Ezechiel fragmentarisch was en werd geschreven door iemand anders dan Ezechiel, jaren later dan de gebeurtenissen waar het over gaat. Toch concludeerde hij niet alleen dat het toe-stel dat was beschreven door Ezechiel, 'technisch haalbaar' was, maar ook dat het 'ont-werp zeer goed was aangepast aan de taken en het doel ervan'. Hij zei dat een dergelijk toestel binnen de mogelijkheden van de hedendaagse technologie valt. 'Bovendien,' voegde Blumrich eraan toe, 'wijzen de resultaten op een ruimteschip dat samenwerkt met een moederschip dat om de aarde draait.'
'Ik wil zeggen dat ik het heb uitgevoerd vanuit het gezichtspunt van een ingenieur, van-uit technische nieuwsgierigheid als het ware. Mijn beiangstelling was primair gericht op die delen van het boek Ezechiel die uitspraken bevatten over de vormen en procedu-res welke betrekking hebben op mijn eigen vakgebied. Deze passages zijn trouwens haast altijd duidelijk te onderscheiden van het profetische materiaal,' legde Blumrich uit. 'We moeten steeds in het oog houden dat Ezechiel geen interpretatie geeft van de dingen die hij ziet, omdat hij daar geen interpretatie voor heeft. Wat hij doet, is het naar beste vermogen beschrijven van de visuele en akoestische indrukken die hij krijgt.'
Blumrich beschrijft vervolgens een ruimtewaardige landingsmodule ontleend aan het verslag van Ezechiel. Het lijkt op een kruising tussen een ruimtecapsule en een helikop-ter. Hij zei dat het toestel 'uitermate geschikt' is voor een afdaling in de atmosfeer met de neus naar voren. Daarin doorgedrongen kan het vier helikopterwieken uitsteken om het voertuig te helpen bij een zachte landing. Verder herkent hij bekende en beproefde ruimtevaart-technologie in Ezechiels beschrijving van de landing. Het verschijnen van 'gloeiende kolen' kan naar keuze wijzen op de hitte die optreedt bij het binnendringen in de atmosfeer of misschien op een nucleaire krachtbron; 'twee paar vleugels' kan wij-zen op de helikopterwieken waarmee het toestel door de atmosfeer vliegt; en 'een wiel in het midden van een wiel' is een accurate beschrijving van de wieltjes aan een bu-reaustoel die ook aIle kanten op kunnen draaien, een verworvenheid die in Ezechiels tijd onbekend was.

Andere verklaringen voor de ervaringen van Ezechiel betrekken er ook de frase 'de hand van de Here God was daar op mij', bij. Daarvan zegt Blumrich dat ze betrekking zou kun-nen hebben op het gevoel van zwaarte dat optreedt door het trekken van de zwaarte-kracht bij het vliegen. Als Ezechiel verklaart dat hij werd opgenomen 'bij de haarlok op mijn hoofd', zou hij kunnen bedoelen dat statische elektriciteit zijn haar overeind deed staan. Zijn beschrijving van de kapitein van het toestel die op zijn troon zit, roept on-vermijdelijk een vergelijking op met de zachte stoelen met hoge rug in een modern pas-sagiersvliegtuig.
'Bovendien beschrijft Ezechiel aIle onderdelen, met uitzondering van enkele verzen die niet op hun plaats staan, in een volgorde die overeenkomt met de verschillende fases van een landing,' schrijft Blumrich. 'Ezechiel begint met het vuur en de wolken van de remfase; dan beschrijft hij de helikopterwieken bij de glijvlucht en de radiator van de re-actor en de stuurraketten wanneer het ruimteschip zweeft; dan observeert hij de wer-king van de wielen en het rijden op de grond. Zo verschijnen wielen in de tekst precies op de plaats waar ze nodig zijn, vanuit een functioneel stand punt bekeken. Deze volg-orde bevestigt nog eens extra dat de wielen konden worden ingetrokl<en, en bewijst te meer de nauwkeurigheid van zijn beschrijving.'
Of de interpretatie van Blumrich nu klopt ofniet, het is ironisch dat de felste tegenstand
tegen zijn theorie niet van de wetenschappers komt, maar van christelijke fundamenta-listen die aan de ene kant beweren te geloven in de onfeilbaarheid van de bijbel, terwijl ze aan de andere kant Ezechiels verhaal verwerpen als een waarheidsgetrouw relaas van een reele gebeurtenis. 'In het allereerste vers van deze profetie zegt Ezechiel dat hij 'vi-sioenen van God' zag, verklaarde Clifford Wilson, die prat ging op zijn 'sterke christelij-ke overtuiging' en zijn 'accepteren van de bijbel als het geopenbaarde Woord van God'. '''Visioenen'' zijn niet noodzakelijkerwijs letterlijk te nemen verschijnselen, en feitelijk kunnen de beschrijvingen die volgen niet allemaalletterlijk worden opgevat in onze fY-sische zin,' concludeerde Wilson.
De bijbelverhalen die suggereren dat er meer dan tweeduizend jaar voor onze tijd ge-vlogen werd, worden weerspiegeld door vergelijkbare verslagen aan de andere kant van de wereld. De Chinese overlevering vertelt van Hou Yih, een ingenieur van keizer Yao. Deze beschreef een maanvlucht in het jaar 2309 v.Chr. in een toestel 'dat opstijgt op een stroom van lichtgevende lucht'. Zodra hij hoog boven de aarde is, zegt Hou Yih dat 'hij niet de draaiende beweging van de zon waarnam', een adequate observatie die alleen mogelijk is vanaf een punt buiten de aardatmosfeer. Zowel Hou Yih als zijn vrouw be-weerden de maan te hebben bezocht. Deze werd beschreven als 'een lichtende bol, glan-zend als glas, van een enorme grootte en erg koud; het licht van de maan heeft zijn oor-sprong in de zon'. Dit is een zeer accurate beschrijving van het harde, koude maanoppervlak dat zonlicht reflecteert.
Maar als verslagen van astronauten uit de oudheid en fabuleuze vliegende machines nauwkeurig zijn, waarom zijn er in de loop der eeuwen dan niet veel meer gedetailleer-de verhalen doorgegeven? Zouden er dan vandaag de dag niet aanvullende en zelfs meer beschrijvende documenten beschikbaar zijn?

Het antwoord is eenvoudigweg 'nee', dankzij de destructieve aard van de mens. Slechts enkele van de gedichten van Homerus overleefden de vernietiging van zijn verzamelde werk door de Griekse tiran Peisistratos in Athene. Niets overleefde de verwoestingvan de Egyptische bibliotheek in de tempel van Ptah in Memfis. Evenzo verdwenen er naar schatting tweehonderdduizend boekrollen van onschatbare werken bij de vernietiging van de bibliotheek van Pergamus in Klein-Azie. Toen de Romeinen de stad Carthago met de grond gelijk maakten, vernietigden ze een bibliotheek die naar verluidt meer dan vijfhonderdduizend boekrollen bevatte. Vervolgens kwam Julius Caesar. Zijn oorlog te-gen Egypte leidde tot het verlies van de bibliotheek van Alexandrie, die wordt be-schouwd als de grootste verzameling boeken in de oudheid. Bij het verlies van het Sera-peum en het Bruchion gingen in totaal zevenhonderdduizend boekrollen en de daarin verzamelde kennis in vlammen op. Het kleine beetje dat dit overleefde werd in 391 ver-nietigd door de christenen. Bibliotheken in Europa had den ook te lijden onder de Ro-meinen en later onder fanatieke christenen. Tussen de plundering van Constantinopel en de middeleeuwse Inquisitie ging een niet te schatten aantal antieke werken onher-stelbaar verloren. Collecties in Azie verging het nauwelijks beter, aangezien de Chinese keizer Tsin Shi Hwang-ti opdracht gaf tot een algehele boekverbranding in 213 v.Chr.
'Vanwege deze tragedies zijn we noodgedwongen afhankelijk van onsamenhangende fragmenten, terloopse passages en vluchtige verslagen,' schreef de onderzoeker Andrew Tomas. 'Ons verre verleden is een vacuum, willekeurig gevuld met tabletten, perkamen-ten, standbeelden, schilderijen en verschillende artefacten. De wetenschapsgeschiede-nis zou er totaal anders uitzien als de boekenverzameling van Alexandrie vandaag de dag intact zou zijn.'
Voor ons resteren er slechts fragmentarische geschriften, meestal gebaseerd op monde-linge overlevering, om ons in te lichten over ons verre verleden. Maar deze verhalen zijn vol vreemde en onverklaarbare verslagen die mod erne onderzoekers nog steeds intrige-ren. Toch kunnen ze nauwelijks gelden als bewijsmateriaal omtrent buitenaardse be-zoek in vroeger tijden. Bestaat er vandaag de dag enig tastbaar bewijs voor het idee dat er in het verre verleden geavanceerde technologie bestond?
Het antwoord zou een duidelijk 'ja' lijken, als men eerst enkele van's werelds bekende mysteries in overweging genomen heeft.

In 1900 ontdekten Griekse sponzenduikers een oud schip dat lag in de wateren van An-tikythera, een klein eiland tussen Kreta en het Griekse vasteland. Na veel werk en een tweede bezoek aan de vindplaats later in hetzelfde jaar, slaagden de duikers erin ver-scheidene bronzen en marmeren beelden uit het wrak te bergen. Deze werden naar het Nationaal Archeologisch Museum in Athene gebracht.
Onder de indruk van de kwaliteit en kwantiteit van de standbeelden, schonken onder-zoekers maar weinig aandacht aan enkele brokjes gecorrodeerd brons die zich tussen de vondsten bevonden. Toen ze uiteindelijk in mei 1902 werden bestudeerd door de ar-cheoloog Spyridon Stais, ontdekte deze dat de klompjes ingewikl<elde tandradertjes en-wieltjes bevatten. Er ontstond ogenblikkelijk een discussie over de vraag wat dit mecha-nisme voorstelde. Een gedachte was dat het een astrolabium kon zijn geweest, gebruikt voor het meten van de hoek tussen hemellichamen en de horizon.
Slechts een ding leek zeker: op basis van inscripties die waren aangetroffen op de kast van het mechanisme, kon men vaststellen dat het omstreeks 80 v.Chr. gemaakt was.
Het Antikythera-mechaniek, zoals het genoemd werd, bleef een raadsel tot 1958. Toen verklaarde de Britse geleerde dr. Derek]. de Solla Price dat het apparaat een voorloper was van onze moderne computer. 'Het schijnt dat dit inderdaad een rekenmachine was die de bewegingen van zon, maan en waarschijnlijk ook de planeten kon uitwerken en tonen,' schreefhij in 1962. Price stond versteld van het stuk: 'Niets wat op dit instrument lijkt, is elders bewaard gebleven,' schreefhij. 'Niets wat ermee vergelijkbaar is, is bekend uit enige oude wetenschappelijke tekst ofliteraireverwijzing.lntegendeel, op grond van alles wat we weten over wetenschap en technologie in de hellenistische tijd, zouden we geloven dat een dergelijk apparaat niet kan bestaan.'
Het apparaat be staat uit wijzerplaten gevat in een houten doos, die ten minste twintig tandraderen bevat, plus een verbazingwekkend systeem van differentiale tandraderen. Deze waren nooit eerder aangetroffen dan in laat-16de-eeuwse klokken. In 1971 toonden rbntgenfoto's een volledige verzameling raderen binnen in de machine die zelfs nog veel ingewikkelder was dan de oudste bekende uurwerken. De finesse van het apparaat bracht Price er in 1959 toe om te verklaren: 'Het vinden van iets als dit is hetzelfde als het aantreffen van een straaljager in het grafvan koning Toetanchamon.'
Hoewel het Antikythera-mechaniek beschreven is als 'een van de grootste fundamente-Ie mechanische uitvindingen aller tijden,' zijn de meeste mod erne Arnerikanen niet op de hoogte van het bestaan ervan. Zelfs degenen die dat wel zijn, hebben het nooit be-schouwd als bewijs dat iemand met een technologische superioriteit bijna tweeduizend jaar geleden de aarde kan hebben bezocht. De geleerde en gevierde sciencefiction-schrij-ver Arthur C. Clarke gaftoe: 'Het kijken naar deze buitengewone relikwie is een hoogst verontrustende ervaring.' Clarke kan het zichzelf echter niet toestaan dit te zien als be-wijs van buitenaards bezoek en gaf in plaats daarvan het volgende commentaar: 'We kunnen er absoluut van op aan dat de Antikythera-computer het product is van mense-lijke bekwaamheid; maar als er ergens een plek is waar men zou kunnen verwachten neergestorte ruimteschepen of andere buitenaardse artefacten te vinden, dan is dat in de oceanen die driekwart van onze aarde bedekken.' Het kan zijn dat Clarke zijn eigen stand punt weerlegde toen hij schreef: 'Als het inzicht van de Grieken even groot was ge-weest als hun vindingrijkheid, dan zou de Industriele Revolutie duizend jaar voor Columbus begonnen zijn. Dan zouden we tegen deze tijd niet alleen maar aan het rond-scharrelen zijn op de maan; dan zouden we de sterren bereikt kunnen hebben.' Aange-zien de mens de sterren nog niet bereikt heeft, kan dat dan niet het bewijs zijn dat het Antikythera-mechaniek aan mensen werd gegeven of misschien werd gekopieerd naar eentje van niet-menselijke oorsprong?

Een in Irak gevonden reeks vaten, die niets anders kunnen zijn dan heel oude batterijen, geeft enige geloofWaardigheid aan het idee dat onze voorvaderen mogelijk elektriciteit hebben gebruikt - een energiebron waarvan we dachten dat die pas werd ontdekt door de ltaliaanse anatomist Luigi Galvani in omstreeks 1786. In 1936 werkte een Duitse ge-leerde, Wilhelm Konig genaamd, in het museum van Irak. Hij yond enkele vreemde stuk-ken, waaronder een vaas van klei met daarin een koperen cilinder die op zijn plaats werd gehouden door asfalt. In het midden hiervan stak een ijzeren staafuit met een ge-oxideerd uiteinde. 'Nadat aIle onderdelen bij elkaar waren gevoegd en vervolgens on-derdeel voor onderdeel bestudeerd waren, werd duidelijk dat het alleen een elektrisch element geweest kon zijn. Het was alleen noodzakelijk een zure of een basische vloeistof toe te voegen om het element compleet te maken,' schreefKonig.
Natuurlijk werden de conclusies van Konig fel bestreden door traditionele geleerden. Dit protest verstomde echter toen een andere Duitse geleerde, de egyptoloog dr. Arne Eg-gebrecht, op reis door Irak nog een ander pot- en cilinderapparaat tussen schatvondsten ontdekte. Om zijn theorie te beproeven schonk Eggebrecht vers geperst druivensap in de koperen cilinder, wat er ogenblikkelijk voor zorgde dat de eraan gekoppelde voltmeter een halve volt elektriciteit registreerde. Eggebrecht heeft verklaard dat de elektrische stroom die werd geproduceerd door de 'Baghdad-batterij' gebruikt kan zijn voor het aan-brengen van pleetzilver op verguld beeldhouwwerk, meer dan een eeuw voor de ge-boorte van Christus.
Vele andere mysterieuze voorwerpen ondersteunen de gedachte dat er onbekende vroe-ge beschavingen zijn geweest Ofbezoeken van technologisch geavanceerde reizigers. In het bijzonder de zogeheten 'Doemschedel' is onthutsend. Dit ingewikkelde artefact, een bijna levensgrote menselijke schedel, is gebeeldhouwd uit puur kwartskristal. Het wordt door sommigen gezien als een overblijfsel van een verdwenen Zuid-Arnerikaanse beschaving. Hoewel het niet nauwkeurig kan worden gedateerd en er enige controverse bestaat over de ontdekking ervan, blijft het een authentiek raadsel, dat nog ingewikl<el-der wordt gemaakt door het bestaan van een tweede kristallen schedel die te zien is in het Museum of Mankind, een afdeling van het British Museum. Het museum he eft geen idee waar de schedel vandaan zou kunnen komen; hij werd in 1898 gekocht van de ju-welier Tiffany in New York.
Toch bracht een onderzoek van de twee schedels in 1936 geleerden van het British Mu-seum ertoe te verklaren: 'Men kan met een gerust hart concluderen dat het gaat om een weergave van dezelfde menselijke schedel, hoewel de ene een kopie kan zijn van de an-dere.' Het denkbeeld dat er gekopieerd is, lijkt overtuigend aangezien de schedel in het museum veel grover blijkt wanneer men hem vergelijkt met het vakmanschap van de 'Doemschedel' en anders dan deze uit een stuk be staat en geen afzonderlijke kaak heeft. De 'Doemschedel' behoorde aan Anna Mitchell-Hetches, die zegt dat ze hem zelf ont-dekt heeft in 1927, toen ze samen met haar vader, de ontdekkingsreiziger FA. Mitchell-Hedges, in Honduras de Maya-stad Lubaantum opgroef. Haar vader weigerde bijzonder-heden te geven over de omstandigheden van de vondst en zei slechts: 'Ik heb redenen om ze niet openbaar te maken.' Deze terughoudendheid leidde natuurlijk tot controversies Landsburg yond zelf in Colombia een gouden voorwerp 'dat duidelijk een model was van een jachtvliegtuig met een delta-vleugel, waarvan men dacht dat het tweeduizend jaar oud was'.
Ivan Sanderson, voormalig officier van de Britse marine-inlichtingendienst, ontdekte een bewerkte gouden ketting in een steenkoollaag in Pennsylvania, naar schatting min-stens een miljoen j aar oud.
In het midden van de negentiende eeuw werden bijna zestig stenen blokken gevonden, met inscripties waarvan men ontdekte dat ze 'een bijzonder oud type Chinese karakters' waren.
Oude concave spiegels - identiek aan de mod erne paraboolreflectors - werden blootge-legd in de buurt van La Venta, Mexico.
Spijkerschrifttabletten uit Babylon, in het British Museum, beschrijven een verre pla-neet die niet in het oude Babylon gezien kan zijn zonder hulp van moderne telescopen.
De lijst gaat nog verder. Per geval bekeken kunnen zulke zaken worden uitgelegd als grappen ofverkeerd geinterpreteerde gegevens. Veel moeilijker te verklaren is het be-staan, nu, van oude kaarten die een nauwkeurige kennis aan de dag leggen van zowel prehistorische geografie als astronomie.

Verwarrende kaarten

De Griekse geograaf Strabo, die leefde in de tijd van Jezus, schreef dat er mens en woon-den in de gematigde luchtstreek ten noorden van de breedtegraad die door Athene loopt, en ten westen van de Atlantische Oceaan. Lucius Annaeus Seneca, de Romeinse tragedieschrijver, schreef in Medea: 'Een tweede Ti phys zal nieuwe werelden ontdekken, en landen zullen aanschouwd worden voorbij Thule.' Dit was een duidelijke verwijzing naar Noord-Amerika, want Tiphys verwees naar de stuurman van het legendarische schip Argo en Thule is geidentificeerd als IJsland.
Zelfs de heilige hindoe-tekst Vishnu-Purana spreekt over een continent dat bestaat uit twee landen ten zuiden van de noordpool - een behoorlijk nauwkeurige beschrijving van Noord- en Zuid-Arnerika. Een oude kaart, ontdekt in Tibet, werd in 1969 ontcijferd door de Sovjet-filoloog Bronislav Kouznetsov en bleek een plattegrond te zijn die ver-wees naar de oude naties Bactrie, Babylonie en Perzie. Tot de plaatsen die erop stonden, behoorden de Perzische stad Pasargada, Jeruzalem, Alexandrie en de Kaspische Zee. Deze kaart verschafte een deel van het eerste bewijsmateriaal dat de gedachte onder-steunde dat prehistorische Tibetanen eeuwen geleden contacten hadden met Perzie en Egypte.

 

 

    

Ufo.be © 2014

DISCLAIMER ©  www.ufo.be  

Alle teksten en illustraties op deze websites evenals de lay-out en de functionaliteit ervan mogen niet verspreid worden zonder toestemming van Belgische UFO-Netwerk / www.ufo.be. Elke auteur is verantwoordelijk voor zijn publicatie en wordt gevraagd naar de authentieke bron van zijn artikel te verwijzen. Artikels/foto’s voorzien van het © symbool mogen niet verspreid worden zonder voorafgaande toestemming van de auteurs U mag niet reproduceren voor commerciële doeleinden, zelfs niet met bronvermelding! De auteurs van deze website zijn vrijwilligers die artikels, rapporten en teksten schrijven of reproduceren die gerelateerd zijn aan het UFO-fenomeen, oude beschavingen, het paranormale, astronomie en andere wetenschappen. Ondanks alle inspanningen kunnen de Administrators niet garanderen dat de informatie op deze websites actueel, juist en volledig is. Indien u een artikel, tekst of foto zou aantreffen die bezwarend is en volgens u niet thuis hoort op hoger vermelde sites, dan verzoeken wij u dit onmiddellijk te melden op het volgende emailadres galaxy@ufo.be en dan zullen wij deze direct verwijderen. Zaken die niet thuis horen op de site en deel uitmaken van categorieën die een aanval op iemands persoonlijke leefsfeer betekenen en de persoon zouden schaden, moeten eveneens gemeld worden. De websitebeheerder is niet verantwoordelijk voor de informatie op deze website en kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele nadelige gevolgen van eventuele onjuistheid of onvolledigheid van de gegevens op deze website.